Bekendmaking: Nadere regels investerings- & onderhoudssubsidie lange termijn accommodatiebeleid

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik; gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening (ASV) gemeente Medemblik; overwegende dat: een subsidieregeling nodig is voor investeringen en onderhoud in accommodaties, zoals vastgesteld is in het Lange Termijn Accommodatiebeleid; een regeling nodig is om initiatieven vanuit de samenleving te ondersteunen waarvoor geen andere subsidiemogelijkheden zijn; en sport- en welzijnsaccommodaties een spilfunctie hebben in de leefbaarheid van de kernen besluit vast te stellen de volgende nadere regels:

Artikel 1 Begripsomschrijving

In aanvulling op de begripsomschrijvingen in de ASV wordt in deze nadere regels verstaan onder:

  • •nadere regels: de nadere regels “investerings- & onderhoudssubsidie Lange Termijn Accommodatiebeleid” zijn vastgestelde gemeentelijke regels met algemeen verbindende rechtsregels;
  • •Algemene Subsidieverordening (ASV): Algemene Subsidieverordening gemeente Medemblik;
  • •college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik;
  • •aanvraag: schriftelijk verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik om verlening van subsidie ingevolge de nadere regels investerings- & onderhoudssubsidie Lange Termijn Accommodatiebeleid;
  • •aanvrager: rechtspersoon die als eigenaar van een als sport- of welzijnsaccommodatie gebruikte onroerende zaak een aanvraag heeft ingediend;
  • •sportaccommodatie: accommodatie die in gebruik is voor het uitoefenen van sport en in het bezit en beheer is van een non-profit organisatie;
  • •welzijnsaccommodatie: bijvoorbeeld verenigingsgebouwen, dorpshuizen en sociaal-culturele centra, in bezit en beheer van een non-profit organisatie;
  • •subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een boekjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door de raad (ASV).
  • •jaarrekening: een financiële verantwoording van de verrichte activiteiten. Deze financiële verantwoording bestaat uit een balans met toelichting en een exploitatierekening met toelichting. De financiële verantwoording moet voldoen aan het gestelde in het Burgerlijk Wetboek boek 2 titel 9;
  • •jaarverslag: een verslag dan wel een jaarverslag dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de activiteiten en resultaten en een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen.

Artikel 2 Uitgangspunten subsidie

Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Tekst gaat verder onder de advertentie




Een subsidie en garantstelling vanuit deze nadere regels kan worden verleend voor investeringen en onderhoud met als doel het in stand houden van de voorziening met een maatschappelijk belang en die bijdragen aan de leefbaarheid van de kern. Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 40% van de in artikel 5 lid 1 genoemde kosten met een minimum van een totaalinvestering van € 7.500 en een maximum van € 250.000. Het college biedt indien nodig de mogelijkheid om garant te staan voor een maatschappelijke lening van maximaal 30% van de investering, via Stichting Waarborgfonds Sport (SWS), Stimuleringsfonds Volkshuisvesting of Maatschappelijk Financieren, als financiering op een andere manier niet mogelijk is. De aanvrager mag kiezen voor een minder hoge of geen lening. De aanvrager investeert zelf minimaal 30%.

Artikel 3 Aanvraagtermijn

  • 1.De aanvraag voor een incidentele subsidie waarvan het investeringsbedrag hoger is dan het drempelbedrag van € 7500,- dient in 2024 voor 1 september te worden ingediend. Vanaf 2025 dient de aanvraag voor 1 februari te worden ingediend om in hetzelfde kalenderjaar te worden behandeld. Als indieningdatum geldt de dag waarop het aanvraagformulier is ontvangen door de gemeente.
  • 2.Een te laat ingediende aanvraag wordt door het college buiten behandeling gesteld. De aanvrager heeft de mogelijkheid om alvast een aanvraag in te dienen in het volgende jaar.
  • 3.Het college geeft de aanvrager een hersteltermijn van vier weken om een onvolledige aanvraag compleet te maken. Wordt daar geen of onvoldoende gevolg aan gegeven, dan stelt het college de aanvraag buiten behandeling.

Artikel 4 Subsidiecriteria en beoordeling aanvragen

Om voor een subsidie vanuit deze nadere regels in aanmerking te komen, moet aan de volgende criteria worden voldaan:

  • 1.de aanvrager is:
    • a.gevestigd en minimaal een jaar actief in de gemeente Medemblik;
    • b.een organisatie zonder winstoogmerk;
    • c.de eigenaar van een binnensportaccommodatie, een gebouw van buitensportaccommodatie, een welzijnsvoorziening, een jeugdgebouw of een multifunctionele accommodatie op het grondgebied van gemeente Medemblik.
  • 2.de aanvrager toont aan een behoefte binnen de gemeenschap te voorzien, wat zonder deze subsidie niet of minder mogelijk is;
  • 3.de aanvrager toont aan dat de sport- en welzijnsaccommodatie waarin wordt geïnvesteerd een bijdrage levert aan de doelstellingen vanuit het Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein, het Lange Termijn Accommodatiebeleid (LTA), het (top)sportbeleid, of andere relevante beleidskaders;
  • 4.de aanvrager toont aan dat synergievoordelen met andere partijen zijn verkend;
  • 5.duurzaamheid is een onderdeel van het plan. Dit wordt in het plan tot uitdrukking gebracht;
  • 6.de aanvrager toont aan hoeveel subsidie nodig is;
  • 7.de aanvrager toont aan, indien van toepassing, voor hoeveel geld een garantstelling vanuit de gemeente nodig is;
  • 8.de aanvrager toont aan dat de organisatie kredietwaardig is door een liquiditeitsbegroting te overleggen;
  • 9.de aanvrager toont aan zich te hebben ingespannen om bij fondsen dan wel wettelijke regelingen (zoals de BOSA of DUMAVA) middelen te hebben verkregen;
  • 10.de kosten van de investering waarop de aanvraag betrekking heeft, worden afgeschreven van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager;
  • 11.de aanvrager staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
  • 12.de aanvrager moet een bewijs van eigendom/zakelijk recht op de accommodatie overleggen (bijv. recent uittreksel kadaster).

Artikel 5 Grondslagen subsidie

  • 1.De subsidiabele kosten bestaan uit de werkelijk gemaakte kosten voor (een plan voor) investeringen en onderhoud welke tot doel hebben het in stand houden van de voorziening met een maatschappelijk belang en die bijdragen aan de leefbaarheid van de kern.
  • 2.De kosten hebben betrekking op materiële activa.
  • 3.Verkregen subsidies van andere overheden (zoals van de Rijksoverheid en provincie met regelingen als de BOSA en DUMAVA) worden van de werkelijk gemaakte kosten afgehaald. Over het restantbedrag wordt de subsidie berekend.

Artikel 6 Subsidieaanvraag

  • 1.Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met behulp van een bij deze nadere regels behorend, volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier.
  • 2.In aanvulling op de in te dienen gegevens, zoals opgenomen in de ASV, overlegt de aanvrager de volgende gegevens:
    • a.een heldere beschrijving en onderbouwing van de noodzaak van de investering door middel van bijvoorbeeld een projectopzet;
    • b.een heldere beschrijving van het toekomstperspectief van het gebruik van de voorziening, voor zover mogelijk aan de hand van beschikbaar cijfermateriaal;
    • c.een toelichting hoe de samenwerking met andere partijen is gezocht;
    • d.de begroting met een duidelijke specificatie van de investeringskosten (inclusief de daarbij behorende offertes);
    • e.een onderbouwing van de financiering van de investeringskosten: het dekkingsplan;
    • f.onder het dekkingsplan valt onder andere de inzet van eigen middelen, bijdragen van sponsors (financieel of in natura), bijdragen van fondsen, en opbrengsten van geldinzamelingsacties;
    • g.een liquiditeitsbegroting van de komende drie jaar;
    • h.jaarrekeningen van de laatste drie jaar voorafgaande aan de aanvraag van de subsidie. Als de organisatie korter bestaat dan drie jaar, dan de jaarrekeningen vanaf de start van de organisatie;
    • i.de aanvrager toont in een begroting aan hoe de cofinanciering van de investering is geborgd;
    • j.een afschrift van de oprichtingsakte of kopie van de laatst vastgestelde statuten;
    • k.toe- of afwijzing brieven van fondsen dan wel wettelijke regelingen, waar de aanvrager voor in aanmerking kan komen.
    Bij een subsidie hoger dan het genoemde bedrag in artikel 13, lid D van de ASV kan daarbij extra gevraagd:
    • a.een goed onderbouwde en sluitende exploitatiebegroting voor de eerste drie jaar, nadat de investering is gedaan. Daarin dient bovendien een uitgavenpost of reservering te zijn opgenomen ten behoeve van het plegen van groot onderhoud aan de voorziening waarin is geïnvesteerd;
    • b.een jaarrekening waarover een accountant een samenstellingsverklaring gegeven heeft van het jaar voorafgaand of twee jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag.

Artikel 7 Aanvraag garantstelling

  • 1.Een aanvraag voor garantstelling wordt ingediend met behulp van een bij deze nadere regels behorend, volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier.
  • 2.Als een lening wordt afgesloten, overlegt de aanvrager de documenten van deze lening inclusief rapport borgstelling.
  • 3.Worden voor de garantstelling door Stichting Waarborgfonds Sport (SWS), Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVN) of Maatschappelijk Financieren stukken opgevraagd en getoetst die in artikel 6 opgenomen zijn, dan kan het college besluiten dat extra toetsing niet nodig is.

Artikel 8 Weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden uit de ASV weigert het college de aangevraagde subsidie als:

  • 1.de aanvraag betrekking heeft op investeringen en onderhoud waar andere gemeentelijke financieringsbronnen voor beschikbaar zijn;
  • 2.de werkzaamheden naar het oordeel van het college zijn te kwalificeren als regulier onderhoud;
  • 3.de accommodatie wordt verwaarloosd door de aanvrager;
  • 4.de realisatie al gestart is voordat de aanvraag voor deze subsidie is ingediend;
  • 5.de investering naar het oordeel van het college niet noodzakelijk is voor de exploitatie;
  • 6.de in de aanvraag beschreven voorziening naar het oordeel van het college niet het beoogde doel (artikel 2, lid 1) realiseert;
  • 7.een organisatie in de afgelopen vijf jaar al een subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling;
  • 8.de aanvrager niet voldoende aantoonbaar maakt de investeringslast te kunnen dragen;
  • 9.als het plafond van de regeling behaald is, dan treedt artikel 9, lid 2 in werking.

Artikel 9 Subsidieverlening en -vaststelling

  • 1.Het nemen van een besluit tot verlening van subsidie vindt plaats na de in artikel 3 lid 1 genoemde datum.
  • 2.Als meer subsidie gevraagd wordt dan beschikbaar is voor deze regeling, dan kan het college besluiten om de raad om extra budget te vragen. Is dit niet mogelijk, dan kan het college besluiten om prioriteit te geven aan aanvragers die het meest bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente.
  • 3.Vaststelling van de subsidie vindt plaats na indiening van de factuur c.q. facturen en betaalbewijs c.q. betaalbewijzen (rekeningafschrift) van de voorziening waarvoor subsidie is aangevraagd.
  • 4.De in lid 3 bedoelde stukken zijn uiterlijk 8 weken na afronding van de werkzaamheden in het bezit van de subsidieverstrekker.
  • 5.De aanvrager toont bij het indienen van de verantwoording aan in het bezit te zijn van alle noodzakelijke vergunningen.
  • 6.Na verlening van de subsidie, wordt de accommodatie gebruikt voor de beoogde activiteiten, zoals beschreven in de subsidiebeschikking en voor de duur van de daarin vermelde levensduur.
  • 7.Worden de activiteiten voortijdig beëindigd, kan de gemeente de subsidiebijdrage van de resterende levensduur terugvorderen.

Artikel 10 Hardheidsclausule

  • 1.Het college kan, in kennelijk onbillijke gevallen, van één of meerdere verplichtingen uit deze regels ten gunste van de aanvrager van subsidie ontheffing verlenen. Of het college kan bepaalde regels die op de aanvraag en de verlening van de subsidie betrekking hebben buiten toepassing laten of daarvan afwijken.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op 1 juni 2024.

Artikel 12 Citeertitel

Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Nadere regels investerings- & onderhoudssubsidie lange termijn accommodatiebeleid.

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik, gehouden op 7 mei 2024.

De secretaris,

De burgemeester,

Reageer op dit bericht