Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing gemeente Medemblik 2024

De raad van de gemeente Medemblik; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 oktober 2023; Gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing gemeente Medemblik 2024.

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
  • 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
  • 3.De afvalstoffenheffing bestaat uit:
    • a.een vast bedrag voor een éénpersoonshuishouden per jaar;
    • b.een vast bedrag voor een meerpersoonshuishouden per jaar;
    • c.vermeerderd met een gedifferentieerd bedrag per keer dat afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt per perceel berekend naar een vast tarief, verhoogd met één of meer gedifferentieerde tarieven.

  • 1.Het vaste belastingtarief bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door:
    • a.één persoon € 208,95;
    • b.twee of meer personen € 277,90.
  • 2.Onverminderd het bepaalde in lid 1. van dit artikel bedraagt het gedifferentieerde tarief:
    • a.voor de aanbieding van een container van 140 liter bestemd voor restafval, per aanbieding € 7,68;
    • b.voor de aanbieding van een container van 240 liter bestemd voor restafval, per aanbieding € 10,40;
    • c.voor de ontgrendeling van de (ondergrondse) container voor restafval € 2,58.
  • 3.Voor een extra container fijn huishoudelijk restafval bedraagt het tarief: € 120,00.
  • Voor het aanvragen van een extra container voor fijn huishoudelijk restafval dient een medisch attest te worden overlegd.

Artikel 5 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.De belasting bedoeld in artikel 4 lid 1. en 2. wordt bij wege van aanslag geheven.
  • 2.De belasting bedoeld in artikel 4 lid 3. wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.
  • 3.Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.De belasting, bedoeld in artikel 4 lid 1. Is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  • 2.De belasting, bedoeld in artikel 4 lid 2. Is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is, bij de beëindiging van de belastingplicht.
  • 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 4 lid 1. verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  • 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de, in artikel 4 lid 1. voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  • 5.Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede één maand later.
  • 2.In afwijking van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
  • 3.De belasting als bedoeld in artikel 4 lid 3. Moet worden betaald:
    • a.In geval van uitreiking van de kennisgeving op het tijdstip van uitreiking;
    • b.In geval van toezending van de kennisgeving binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
  • 4.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 100% van de aanslag waarbij 100% van de normbedragen voor bestaanskosten wordt gehanteerd voor het vaste tarief vermeerderd met:

  • 1.Maximaal 10 maal het tarief voor het aanbieden van de bak aan huis voor restafval met een inhoud van 140 liter of;
  • 2.Maximaal 8 maal het tarief voor het aanbieden van de bak aan huis voor restafval met een inhoud van 240 liter of;
  • 3.Maximaal 32 maal het tarief voor het aanbieden van een zak in de (ondergrondse) container voor restafval.

Artikel 10 Overgangsrecht

De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2023’ vastgesteld op 1 december 2022 door de raad van de gemeente Medemblik wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
  • 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
  • 3.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing gemeente Medemblik 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik van 30 november 2023.