Hoogheemraadschap gaat meer Medemblikse sloten maaien en baggeren

MEDEMBLIK – Vanaf 1 januari 2024 is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) verantwoordelijk voor 80 % van het onderhoud van het stedelijke water van Medemblik. In totaal gaat het om het maaien van 84 km sloot en het baggeren van 67 km sloot. Voor HHNK is de doorstroming van de waterlopen van groot belang waardoor het logisch is dat het waterschap hiervoor het onderhoud gaat uitvoeren.

De watergangen binnen de bebouwde kom die onderdeel uitmaken van het watersysteem, dus in contact staan met sloten en (ring)vaarten in het beheergebied, worden vanaf komend jaar door het waterschap onderhouden. HHNK neemt daarbij het onderhoud over van water met een publieke functie waarbij het onderhoud machinaal kan plaatsvinden. Waar dat niet zo is, blijven de sloten in onderhoud bij de gemeente of particulieren.

Het hoogheemraadschap maait twee keer per jaar de watergangen omdat teveel waterplanten de doorstroming belemmeren. Baggeren en ook het onderhoud van stuwtjes en gemalen is een taak van het hoogheemraadschap. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het schoonhouden van het water, zoals het verwijderen van zwerfafval.

Van toezichthouder naar uitvoerder

Hoogheemraad Klazien Hartog en wethouder Harry Nederpelt tekenden afgelopen dinsdag de overeenkomst voor de overdracht van het onderhoud van het stedelijk water. Hoogheemraad Klazien Hartog: “We nemen voor een gedeelte het onderhoud van de gemeente over, juist op die plaatsen waar wij met onze machines er goed bij kunnen, daarmee werken we efficiënt. Voor ons is een goede aan- en afvoer van het water belangrijk, dat hebben we de afgelopen weken met extreem veel regen wel gemerkt.”

Onderhoud op orde

Vóór de overdracht zijn de waterlopen precies in kaart gebracht om te weten welke aanpak waar mogelijk is, zoals de breedte en diepte van de sloten in verband met de maaiboten en baggerwerkzaamheden. Zo kan HHNK een goede start maken.

Op de foto: Hoogheemraad Klazien Hartog en wethouder Harry Nederpelt tonen zich content met de overname – foto: Harry Schuitemaker