Column Monte Visser: Menéérrr Béérrr

Ik schatte haar ongeveer 6 jaar oud. Een heel leuk, snoezig gezichtje.

Ik schatte haar ongeveer 6 jaar oud. Een heel leuk, snoezig gezichtje. Ze kwam aanlopen met haar armen gestrekt voor zich uit. Heel voorzichtig droeg ze daar in een beertje. Een lief, wollig knuffelbeertje. Ze gleed langs de koets, tilde de beer wat hogerop om de binnenkant te laten zien en deed voorzichtig een paar stapjes achteruit bij de paarden. Maar wel het beertje nog steeds voor zich uit houdend.

Toen stapte ze weer op de koets af en drukte het beertje met zijn neus tegen de bloemen. ‘Lekker ruiken die he?’ zei ze heel liefdevol tegen het beertje om ook even met één hand over zijn koppie te aaien. Daarna ging haar aandacht weer naar de paarden. Het lieftallige, charmante, maar vooral beervriendelijke dametje liep met een grote boog om de paarden heen om daarna het span van voren te benaderen en ze aan de beer te laten zien. Ze draaide de beer van de ene naar de andere om daarna een klein stapje dichterbij te doen. Nadat ze dit een paar keer herhaald had was ze dichtbij genoeg om de paarden te aaien.

Het beertje ging zorgvuldig onder haar arm met goed zicht op de paarden en zij aaide de paarden heel voorzichtig, liefdevol, om de beurt één voor één. Heel serieus liet zij de beer zien dat het niet eng of gevaarlijk was, maar juist leuk. Toen pas zag ze mij. Haar neusje ging iets meer omhoog en haar stem veranderde. Ze bleek niet verlegen. Geaffecteerd vertelde zij mij dat het beertje even rondkeek, dat ie het een beetje eng vond, die grote paarden. Tja dat had ik al begrepen en ik wist niets beters te zeggen dan dat paarden geen beren eten. Ze keek mij aan of ik niet helemaal 100% was. ‘Dat weeeeet meneer beer zelf ook wel!’ Maar je zegt net dat hij het eng vindt. Weer die blik, weer dat neusje.

Een winkelstraat vol met mensen, een stadhuis druk bevolkt met gasten die een bruidspaar een ja-woord willen horen geven, een snackbar vol met hongerige klanten en ik? Ik was het lijdend voorwerp van deze dame, want zij had de regie, duidelijk.

Ik haalde diep adem en vermande mijzelf. ‘Zeg, ben jij eigenlijk alleen hier?’ Met dat ik het vroeg kromp ik een beetje in elkaar, vast weer een vermanende blik en een scherp antwoord. Dat viel mee. ‘Hier wel, mijn moeder is daar in de winkel een drankje voor me kopen. Voor mijn oren, want ik heb net gaatjes geprikt voor oorbellen en daar moet dat drankje op. En trouwens ik mag niet met vreemde mannen praten.’ Pats!

De deur van het stadhuis ging open en ik leek gered. ‘Sorry, jongedame, maar ik moet weer aan het werk. Daar komt het bruidspaar al aan.’ Dat begreep ze en zij draaide zich om, maar ik kreeg nog een reprimande toe. ‘Nou meneer beer, genoeg gezien. Die paarden doen niets, al zou die meneer ze wel netjes vast moeten houden.’

Tjonge, tjonge, wat een dametje. Nu zou ik wel een drankje kunnen gebruiken, maar niet voor mijn oren.

Wekelijks mag ik hier een column plaatsen van mijn belevenissen als trouw en rouwkoetsier. Deze komt uit https://www.boekenbestellen.nl/boek/blij-met-bruidsparen-boswachters-en-banken/9789464067095 Bestel snel voor jezelf of als origineel cadeau voor de feestdagen.

Met BLOIDe groet

Monte Visser