Share

Column Monte Visser: campingtour, lezen, lachen en doorr

Op een gegeven ogenblik besloten we zelf paarden te gaan fokken. Ongehinderd door enige kennis, nou ja, ik weet natuurlijk wel van op elkaar zetten, rampestampen en 11 maanden wachten, maar méér ook niet, dacht ik dat zoiets goedkoper zou zijn dan kopen. En leuker. Dat is beslist niet zo. Hier in huis ontstond meteen al de discussie over het vererven. Het is verdomme geen kopiëren.  Maar goed, echte Gelderse met een goed uitgezochte bloedlijn. Geschikt voor trouw en rouwkoets, omdat stil staan wel handig is bij het laden van de kist of instappen van het bruidspaar, maar ook met een beetje spirit voor de wedstrijden.

Eigenlijk lukte het de eerste keer goed. Het eerste paard, een mooie merrie, noemden we Doriena. Voordat ze de grond raakte maakte zij de dienst al uit. Een alpha merrie van de bovenste plank. Een paard met karakter noem je dat dan. ‘Er moet wat in zitten’, zegt men dan vaak. Oké, maar er moest niet zoveel uit komen. Als veulen was het al een eigenzinnig dier, maar vanaf haar derde jaar was het regelmatig kaarten schudden. Visser wil links, ik graag rechts. Eigenwijs is ook wijs. En altijd de kudde bewakend. Vaak hebben we haar in het weiland oplettend om zich heen zien kijken terwijl de rest rustig stond te grazen. Meestal was er ook wel iets te zien, liepen er drie weilanden verder mensen door het land bv. Ook een paard dat niet alles meteen zo maar pikte, als zij even haar hoofd wilde draaien om te zien wat er gebeurde, dan draaide zij haar hoofd, ongeacht of ik er stond. Mijn bril en hoed of pet vlogen dan wel eens in het rond. Een enkele keer had ik plotseling na zo ’n botsing het hoofdstel om, al of niet met blauw oog of een bloedende schram op mijn wang. Leg dat maar eens uit voor het stadhuis aan omstanders en bruidspaar.

In de opleiding c.q. africhtingsfase heb ik meer dan eens puffend gezegd dat het wel het beste paard van stal MOEST worden omdat er zoveel energie in ging zitten. Wel absoluut een eerlijk paard met de moed van een leeuwin. Dwars door het verkeer en onverschrokken in de marathonwedstrijden over brug en door waterbak.

Grote fout van mij, want vrij jong zijn we met haar het wedstrijdcircuit in gegaan. Daar werd ze heel ervaren van, maar het fluitje heeft ons trauma’s bezorgd. In een wedstrijd is het natuurlijk prachtig als een paard op scherp schiet na het fluitsignaal. Maar wij gebruiken ze ook voor het koetsen werk. Dan voelt het heel anders als je met een trouwkoets achter de muziek aan moet en de muziekhoofdman fluit. Doriena werd dan twee keer zo groot, scande van links naar rechts waar of toch die verrekte hindernis was en stond volledig op scherp. Er waren keren dat ik niet eens voorwaarts durfde te fluisteren. Ik was bang dat ze dwars door de grote trom en de tuba weg zou sprinten. Zie je het voor je, grote trom om haar nek, trompettist hangend aan de langboom, en dan in volle galop met de trouwkoets. Haar spanmaatje beteuterd meesleurend. Geen gezicht als je zo bij de rode loper van de kerk aan komt, toch?

In de wedstrijden was het in het begin ook best vreemd. Door haar moed stond ze al vrij vlot voorop in het vierspan. Als er drie paarden de fluit hadden gehoord en besloten te vertrekken was Doriena al halverwege de brug. Drie paarden beduusd meesleurend. En als het haar niet snel genoeg ging, en dat gebeurde vaak, sloeg ze naar achteren en beet ze naar opzij. Ze zou die ruinen wel even leren lopen. Absolute winnaarsmentaliteit. Prachtmerrie. Toppaard.

We waren een weekend op wedstrijd. Tijdens zo’n weekend is er dan een pop-up camping bestaande uit tentjes, caravans, voortenten en de voor de hand liggende spullen zoals stoelen, bbq’s en fietsen. Niet echt bijzonder. Na de wedstrijd wilde we het vierspan even afspoelen bij het watertappunt. Tussen die spoelplaats en onze vrachtwagen lag de camping. Uiteraard loopt er wel een soort van pad tussendoor. Na het uitspannen denkt de groom dat wij ieder twee paarden aan het halstertouw kunnen begeleiden. Groom is trouwens een stevige vent van ruim 1.80, sportief gebouwd en werkzaam in, jawel, de paardenbranche. Als ik uit probeer te leggen dat Doriena niet de makkelijkste is en dat dus niet zo eenvoudig is als hij denkt valt hij mij in de rede. ‘Geef mij haar dan maar.’ Ik kijk mijn meissie, de andere groom, aan en knik. Zij pakt wat spulletjes en ik de drie ruinen. Laten wij gaan.

Groom pakt stevig het halstertouw en maakt fout nummero uno. Hij kijkt Doriena recht aan, rukt twee keer aan het halstertouw en roept: ‘En luisteren jij hè!’ Doriena trekt één wenkbrauw op en recht haar rug. In haar geval betekent dat dat de lijn van neus tot staartwortel een rechte lijn is die niemand meer kan doorbreken. Draait zij dus haar kont, dan draait haar neus precies zoveel mee. Groom gaat er breed en stoer naast lopen. Na drie stappen komt er een fietser langs, en Doriena wil die eens goed bekijken en draait zich om. Aan het halstertouw komt de groom langs zwaaien. Als Tarzan aan een liaan. Het verschil tussen Tarzan en de groom was een tuinsetje. Terwijl Tarzan altijd keurig op beide voeten land, stond hij plotseling, aan zijn gezicht te zien ook tot eigen verbazing,  er middenin. Geluiden van medeleven van een klein, maar groeiend publiek vielen de groom ten deel. Groom meent onmiddelijk dat de camping wel vreemd is ingericht, zet een stoeltje aan de kant, kijkt stoer en gaat weer lopen.

Kijk, nou hoor je Doriena bijna denken, een werkelijk schitterende caravan op drie uur en draait zich, om eens goed te kijken.  Groom, ook niet van gisteren, laat halstertouw vieren en blijft staan, maar vergeet de achterhand die hem een duwtje geeft waardoor hij tussen de scheerlijnen van een volgende voortent belandt. En terwijl Doriena op haar gemak staat te kijken knoopt groom zich los, trapt een haring opnieuw de grond in en pakt het halstertouw dat hij losliet bij zijn zweefduik. Tot op de dag van vandaag durf ik te beweren dat je van die donkere wolkjes, die in stripverhalen vaak getekend zijn, boven zijn hoofd zag. Zijn gezicht stond op onweer en hij keek zijn publiek niet meer aan. Ik had er heel goed zicht op want ik volgde op enkele passen afstand met drie ruinen in de hand.

Nou moet ik nageven dat groom niet opgaf, koppig begon hij weer richting spoelplaats te lopen. Zijn strategie veranderde van hard en duidelijk optreden in zoetige stemhulpjes. ‘Kom maar Doriena, gaan we lekker wassen.’ Het zal allemaal wel, moet Doriena gedacht hebben, maar moet je even op negen uur kijken. Mooie fiets toch? Doriena draait, groom loopt en hoofden treffen elkaar met een klap die werkelijk kraakte. Groom loopt verdoofd door, zijn compleet gesloopte ego achterlatend, en alle energie gebruikend om overeind te blijven.

Doriena loopt nu naast hem maar zijwaarts. Dat is natuurlijk veel te breed voor het pad realiseert zich een langzaam bijkomende groom en bijna smekend vraagt hij: ‘Loop nou gewoon even mee Doriena?’ Dat doet ze hoor. Ze zoekt een smal stukje uit tussen twee tenten door en loopt bijna zelfstandig naar de spoelplaats. Groom stapt, springt en struikelt over de volgende scheerlijnen, maar weet overeind te blijven. Samen bereiken ze de rubbermatten en het water. Fijn, want het is heel zeker, de groom heeft nu meer verfrissing nodig dan het paard.

Zelf liep ik om die laatste tentjes heen en als ik de hoek om kom staan paard en groom te poseren of ze op de foto gaan. Keurig rechtop, vierkant, oortjes erop, breedgeschouderd en stoer. Trots kijken zij mij beide aan. En dan draait iemand achter Doriena een kraan open. Kijk, denk ik, die groom kan ook skiën.

Al maandenlang lang plaats ik korte verhalen van mijn belevenissen rondom mijn paardenwedstrijden en trouwkoetswerk. Kort en bondig opgetekend met een flinke scheut humor. Ook voor niet dierenliefhebbers lachen vanaf pagina 1. Uitstekende reviews.

Bestel snel voor jezelf of als origineel cadeau.

Deze komt uit Blij met bruidsparen, boswachters en banken.

https://www.boekenbestellen.nl/boek/blij-met-bruidsparen-boswachters-en-banken/9789464067095

Totaal aantal keren gelezen: 80 keer, Aantal keren vandaag gelezen: 1 keer